14e - 18e eeuw

Scherpenzeel, gelegen op de grens van Gelre en het Sticht (Utrecht),
strategisch gezien een belangrijk punt.

Tussen de Hertog van Gelre en de Bisschop van Utrecht waren in
die tijd regelmatig strubbelingen.
Scherpenzeel was door de eeuwen heen dan weer Utrechts,
dan weer Gelders bezit.

Sinds 1380 was het een Gelders leen.
Men denkt dat het ook dienst heeft gedaan als jachtslot.

Huis Scherpenzeel is eeuwenlang eigendom van
de familie Van Scherpenzeel geweest.

In 1652 werd het kasteel aanzienlijk uitgebreid in opdracht van Aleyd,
vrouwe van Scherpenzeel en haar echtgenoot.
In 1662 vererfde Scherpenzeel op het geslacht Van Westerholt,

In 1783 op het geslacht Van Heeckeren.
In 1793 werd het tenslotte verkocht aan J.S. van Naamen, waarna het vererfde op de familie Royaards.

In de 18e eeuw werd het kasteel verbouwd tot
een landhuis in classicistische stijl.

http://www.huizescherpenzeel.nl/images/spaw/HS_historie.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

19e eeuw

Ook aan het begin van de 19e eeuw vindt weer een verbouwing plaats.

In 1854 werd het landgoed geërfd door Benudina Maria van Naamen van Scherpenzeel, de kleindochter van Johannes Bastianus.
Zij trouwde met Herman Royaards. Ze woonden in Utrecht, maar brachten in de zomer veel tijd op Huis Scherpenzeel door.
Ze laten het huis verbouwen door (tuin-)architect S. A. Van Lunteren.
De verbouwing van interieur en exterieur van het huis vindt plaats in neogotische stijl (de stijl wordt ook wel aangeduid als neo-Tudorstijl).

Het park werd door Van Lunteren ingericht in de Engelse landschapsstijl.

In 1898 erven zonen Johan en Anton en dochter Wilhelmina elk een deel van de landerijen die tot Huis Scherpenzeel behoren.
De jongste zoon Anton Royaards van Scherpenzeel erft ook het huis zelf.


20e eeuw

In 1910 trouwt Anton Royaards met jonkvrouw Margaretha Maria Backer.
Hij is dan al enkele jaren burgemeester van Scherpenzeel.
Het echtpaar gaat permanent in Huis Scherpenzeel wonen.
Nadat Anton Royaards in 1932 overlijdt blijven zijn weduwe en
dochters er wonen.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog wordt het huis gevorderd en ernstig beschadigd. Na de oorlog keert Margaretha Maria Royaards - Backer weer terug, en ze restaureert huis en bijgebouwen.
Ze blijft er wonen tot haar overlijden in 1956.